Voor het eerst in een sociale wereld: van baby tot peuter
Baby’s en peuters leren veel van de wereld om hen heen. Hun eerste ervaringen met andere mensen beginnen bij hun ouders of verzorgers. Ze ontdekken oorzaak-gevolg: wat maakt papa of mama blij? Wat zorgt voor een lach? Als ze groter worden, spelen ze steeds meer met andere kinderen, bijvoorbeeld op de peuteropvang. Ze beginnen dan ook de eerste sociale regels te begrijpen, maar ze snappen nog niet altijd wat een ander voelt of denkt – en dat is dan nog heel normaal.
Van ik naar wij: samen leren in de vroege kindertijd
De meeste kinderen van vier jaar beginnen te begrijpen dat andere mensen andere gedachten en gevoelens kunnen hebben dan zijzelf. Rond vijfjarige leeftijd worden kinderen steeds socialer. Ze genieten van contact met anderen en gebruiken hun groeiende sociale kennis om samen te spelen. Ze leren wachten op hun beurt en speelgoed delen, al blijft dat soms nog best moeilijk. Om goed samen te spelen, moeten kinderen steeds beter nadenken over wat een ander wil, en dat afwegen tegen hun eigen wensen.
Kinderen leren in deze periode ook meer over ingewikkelde begrippen zoals eerlijkheid en rekening houden met anderen. Fantasiespel is daarbij heel belangrijk. Heel normaal als die banaan plots verandert in een telefoon, en je schoen fungeert als boot.
Waarom is dit belangrijk?
Samen spelen en omgaan met anderen is heel belangrijk voor de sociale ontwikkeling van kinderen. Door contact met leeftijdsgenoten kunnen kinderen enorm veel oefenen met allerlei sociale regels en normen. Dat is de basis voor het begrijpen van gevoelens zoals schuld en schaamte, en het leren onderscheiden van goed en fout.
Deze ontwikkeling gaat stap voor stap. Ieder kind ontwikkelt zich in zijn of haar eigen tempo, en sommige sociale situaties zijn ook voor oudere kinderen (en volwassenen) nog uitdagend!