Met een bus vol onderzoeksmateriaal doorkruiste promovenda Jennifer Sander heel Nederland. In totaal heeft ze zo’n 7000 km afgelegd terwijl ze gebarende en niet-gebarende families bezocht. ‘Om uitspraken te kunnen doen over taalontwikkeling in het algemeen, is het belangrijk om verder te kijken dan de gemiddelde deelnemer aan onderzoek’, aldus Sander. ‘Niet alle theorieën blijken stand te houden wanneer je de taalontwikkeling van gebarende kinderen bestudeert.’
Een van de uitdagingen waar baby’s voor staan is achterhalen welk voorwerp bij welk woord hoort. Dit leren ze door middel van ‘gezamenlijke aandacht’: Als een verzorger en kind samen aandacht hebben voor een voorwerp of gebeurtenis, en de verzorger dit benoemt, kan een kind het bijbehorende woord leren. Gezamenlijke aandacht is belangrijk voor het leren van taal, en wordt daarom al decennialang door wetenschappers onder de loep genomen.
Gezamenlijke aandacht is anders bij gebarentaal
Maar wat is gezamenlijke aandacht precies? Daar hebben bestaan verschillende ideeën over. Volgens sommige onderzoekers betekent het dat verzorger en kind tegelijkertijd naar hetzelfde kijken (de kijkgedragtheorie). Volgens anderen gaat het, naast het kijkgedrag, erom dat beiden zich beseffen dat ze aandacht hebben voor hetzelfde (de interactie theorie). De kijkgedragtheorie blijft niet overeind voor kinderen die gebarentaal gebruiken. Het gedrag van deze kinderen is namelijk anders.
Sander: ‘Gebarende kinderen kijken herhaaldelijk heen en weer van het voorwerp naar hun gebarende verzorger. Gezamenlijke aandacht gaat dus niet alleen om het gelijktijdig kijken naar hetzelfde voorwerp.’
Wetenschap op wielen
Om de huidige theorieën over taalontwikkeling verder onder de loep te nemen, is Sander in de ‘Wetenschap op Wielen’ bus van het Baby & Child Research Center gestapt. Samen met onderzoeksassistenten Dilys Eikelboom en Marthe Meijer doorkruiste ze heel Nederland en bezocht ze families met kinderen die Nederlandse Gebarentaal leerden (zie foto). In de bus, filmde Sander speel- en voorleessessies tussen gebarende én niet-gebarende verzorgers en hun kinderen. In het bijzonder keek zij naar de momenten tijdens deze sessies waarin verzorgers een voorwerp of gebeurtenis benoemden.
Verschil in interactie
De sociale interactie bleek anders te zijn tussen gebarende verzorgers en kinderen dan tussen niet-gebarende verzorgers en kinderen. Gebarende verzorgers en kinderen keken veel vaker naar elkaar en maakten vaker gebruik van andere zintuigen zoals tast, waarmee ze de aandacht trokken naar elkaar of naar een voorwerp. Bovendien zorgden gebarende verzorgers er vaak voor dat het kind naar hen keek voordat ze een gebaar gingen maken, om er zeker van te zijn dat het kind het gebaar zou zien. Niet-gebarende verzorgers deden dit ook, maar veel minder vaak.
Vergelijkbare taalontwikkeling
Hoewel het patroon van interactie anders blijkt te zijn tussen gebarende en niet-gebarende verzorgers en hun kinderen, verloopt de taalontwikkeling op dezelfde manier. Ook is deze net zo snel. ‘Wanneer kinderen op jonge leeftijd blootgesteld worden aan gebarentaal, volgen zij dezelfde stappen in hun taalontwikkeling als kinderen die niet gebaren. Verzorgers zijn ontzettend flexibel in het ondersteunen van hun kind bij het leren van taal. De manier waarop ze dit doen verschilt, maar het resultaat is hetzelfde.’
Ondergerepresenteerde groepen
Met haar promotieonderzoek toont Jennifer Sander aan dat bij wie er onderzoek wordt gedaan, invloed kan hebben op de conclusie. Een andere keuze in het onderzoeksproces kan zomaar tot een andere interpertatie leiden. Sander: ‘Ik probeer bij een theorie altijd te bedenken of deze ook past bij groepen mensen die onderbelicht zijn, zoals mensen die gebarentaal gebruiken. Als we in de wetenschap meer onderzoek doen naar zulke groepen, kunnen we écht uitspraken gaan doen over taalontwikkeling in het algemeen.’
Verdediging
Na 6 jaar, 7000 kilometer en honderden uren aan videomateriaal is het einde in zicht. Op 23 oktober om 12.30 zal Jennifer Sander haar proefschrift verdedigen in de aula van de Radboud Universiteit.
Benieuwd hoe haar onderzoek eruit zag? Klik hier.
Sander: ‘Gebarende kinderen kijken herhaaldelijk heen en weer van het voorwerp naar hun gebarende verzorger. Gezamenlijke aandacht gaat dus niet alleen om het gelijktijdig kijken naar hetzelfde voorwerp.’
Wetenschap op wielen
Om de huidige theorieën over taalontwikkeling verder onder de loep te nemen, is Sander in de ‘Wetenschap op Wielen’ bus van het Baby & Child Research Center gestapt. Samen met onderzoeksassistenten Dilys Eikelboom en Marthe Meijer doorkruiste ze heel Nederland en bezocht ze families met kinderen die Nederlandse Gebarentaal leerden (zie foto). In de bus, filmde Sander speel- en voorleessessies tussen gebarende én niet-gebarende verzorgers en hun kinderen. In het bijzonder keek zij naar de momenten tijdens deze sessies waarin verzorgers een voorwerp of gebeurtenis benoemden.
Verschil in interactie
De sociale interactie bleek anders te zijn tussen gebarende verzorgers en kinderen dan tussen niet-gebarende verzorgers en kinderen. Gebarende verzorgers en kinderen keken veel vaker naar elkaar en maakten vaker gebruik van andere zintuigen zoals tast, waarmee ze de aandacht trokken naar elkaar of naar een voorwerp. Bovendien zorgden gebarende verzorgers er vaak voor dat het kind naar hen keek voordat ze een gebaar gingen maken, om er zeker van te zijn dat het kind het gebaar zou zien. Niet-gebarende verzorgers deden dit ook, maar veel minder vaak.
Vergelijkbare taalontwikkeling
Hoewel het patroon van interactie anders blijkt te zijn tussen gebarende en niet-gebarende verzorgers en hun kinderen, verloopt de taalontwikkeling op dezelfde manier. Ook is deze net zo snel. ‘Wanneer kinderen op jonge leeftijd blootgesteld worden aan gebarentaal, volgen zij dezelfde stappen in hun taalontwikkeling als kinderen die niet gebaren. Verzorgers zijn ontzettend flexibel in het ondersteunen van hun kind bij het leren van taal. De manier waarop ze dit doen verschilt, maar het resultaat is hetzelfde.’
Ondergerepresenteerde groepen
Met haar promotieonderzoek toont Jennifer Sander aan dat bij wie er onderzoek wordt gedaan, invloed kan hebben op de conclusie. Een andere keuze in het onderzoeksproces kan zomaar tot een andere interpertatie leiden. Sander: ‘Ik probeer bij een theorie altijd te bedenken of deze ook past bij groepen mensen die onderbelicht zijn, zoals mensen die gebarentaal gebruiken. Als we in de wetenschap meer onderzoek doen naar zulke groepen, kunnen we écht uitspraken gaan doen over taalontwikkeling in het algemeen.’
Verdediging
Na 6 jaar, 7000 kilometer en honderden uren aan videomateriaal is het einde in zicht. Op 23 oktober om 12.30 zal Jennifer Sander haar proefschrift verdedigen in de aula van de Radboud Universiteit.
Benieuwd hoe haar onderzoek eruit zag? Klik hier.