Gemiddeld krijgen autistische kinderen hun diagnose wanneer ze tussen de drie en vijf jaar oud zijn. “Vaak ontstaan gedragsverschillen al veel eerder. Om kinderen sneller passende begeleiding te kunnen bieden is een eerdere herkenning van autisme wenselijk”, aldus promovenda Kloe Fico van het Baby & Child Research Center. Zij heeft in haar onderzoek de resultaten van eerdere onderzoeken samengevat en vond subtiele verschillen in hersenactiviteit tussen jonge autistische en neurotypische kinderen.
Autisme is een vorm van neurodiversiteit die zich onder meer kenmerkt door een andere manier van sociale interactie. Uit onderzoek weten we dat autistische mensen gezichten anders waarnemen dan neurotypische personen, en dat hun brein anders op gezichten reageert. De vraag is nu of dit verschil ook al bij baby’s bestaat, en of dit dus, uiteindelijk, zou kunnen bijdragen aan het eerder vaststellen van autisme.
Hoe reageert het babybrein op gezichten?
Voor haar onderzoek heeft Fico daarom de resultaten van alle eerdere studies gecombineerd die hebben onderzocht hoe de hersenen van jonge kinderen (6-24 maanden) reageren op gezichten. Omdat kinderen van deze leeftijd nog geen diagnose hebben, werden in deze onderzoeken twee groepen vergeleken: kinderen met een verhoogde kans op autisme (kinderen met een autistische broer of zus) en kinderen met een gemiddelde kans op autisme.
Op het eerste gezicht vond ze geen verschil in hersenreactie tussen deze groepen. Fico: “Toen we verder keken naar alleen kinderen die later werkelijk een autisme diagnose kregen, vonden we echter wél een subtiel verschil in hersenreactie”. De groep die later een diagnose kreeg, verwerkte gezichten op jonge leeftijd inderdaad anders dan de kinderen met een gemiddelde kans op autisme.
Op weg naar een vroege diagnose
“Een belangrijk resultaat”, meent Fico. Al kunnen we deze hersenreacties nog niet gebruiken om te voorspellen welke baby later een autisme diagnose krijgt. “Om eerder een diagnose te kunnen stellen is er nog een lange weg te gaan. Er zijn meer onderzoeken nodig die kinderen langere tijd volgen. Bovendien hebben we voor een vroege diagnose waarschijnlijk extra informatie nodig over bijvoorbeeld genetische aanleg en het gedrag van een kind.”