Sociale interactie

HomeThemaSociale interactie

Al van jongs af aan observeren baby’s de mensen in hun omgeving en vinden ze het leuk om met anderen interactie aan te gaan. Maar begrijpen baby’s al wat anderen denken, voelen of doen? En hoe leren ze om met andere kindjes te spelen en samen dingen te doen?

Voorspellende baby’s

In het BRC doen we onderzoek naar hoe baby’s leren om andere mensen te begrijpen. Baby’s kijken graag naar andere mensen en al gauw beginnen ze het verloop van andermans handelingen te voorspellen1. Dit hebben we op de volgende manier onderzocht: We lieten baby’s van 6 maanden filmpjes zien van een volwassene die verschillende voorwerpen gebruikte, zoals een kopje en een telefoon. Terwijl baby’s naar deze filmpjes keken, hebben we hun oogbewegingen gemeten. We vonden dat de baby’s met hun ogen de handeling voorspelden; ze verwachtten dus dat een kopje naar de mond gebracht zou worden en een telefoon naar het oor! Door goed naar anderen te kijken, leren baby’s al vroeg over de mensen in hun omgeving.

Samen spelen

We onderzoeken ook de interactie tussen jonge kinderen en hun ouders, hoe ze kunnen leren van dit soort interacties en hoe ze steeds beter worden in het samen spelen met andere kinderen. De vaardigheid om samen met een leeftijdsgenoot een spelletje te doen hebben we onderzocht bij peuters van anderhalf2. We vroegen telkens twee kindjes om samen een spelletje te doen waarbij ze een bal in een buis moesten stoppen. Dit spelletje was zo gemaakt, dat je het maar moeilijk in je eentje kon doen. Op deze manier wilden we de kinderen aanzetten om echt samen te spelen. De samenwerking voor de peuters bleek nog heel moeilijk te zijn: veel koppels lukte het geen enkele keer de bal samen door de buis te laten rollen. Oudere kinderen van vier en vijf jaar konden dit wél.

Karakteristiek spel

Uit ons onderzoek bleek ook dat de karaktereigenschappen van kinderen belangrijk waren voor hoe goed ze samen konden werken met andere kinderen3. Kinderen die van nature de neiging hadden om contact te zoeken met anderen, voerden de taak beter uit dan kinderen die wat meer teruggetrokken waren. Deze op contact gerichte kinderen deelden vaker met de ander, hielpen de ander, gaven aanwijzingen, of vroegen juist uit zichzelf om hulp. Ouders gaven ook aan dat kinderen die goed konden samenwerken, vaak beter in staat waren om zichzelf onder controle te houden en minder impulsief waren in het dagelijks leven.

Toekomstig onderzoek

Met nieuwe onderzoeken willen we nog beter begrijpen hoe de sociale ontwikkeling van jonge kinderen verloopt en welke factoren hierop van invloed zijn.

Meer lezen?

  1. Hunnius, S., & Bekkering, H. (2010). The early development of object knowledge: A study of infants’ visual anticipations during action observation. Developmental psychology46(2), 446.
  2. Hunnius, S., Bekkering, H., & Cillessen, A. H. (2009). The association between intention understanding and peer cooperation in toddlers. International Journal of Developmental Science3(4), 368-388.
  3. Endedijk, H. M., Cillessen, A. H., Cox, R. F., Bekkering, H., & Hunnius, S. (2015). The role of child characteristics and peer experiences in the development of peer cooperation. Social Development24(3), 521-540.

Meedoen aan onderzoek!

Wilt u samen met uw kind meedoen aan wetenschappelijk onderzoek?

Meedoen

Heeft u een vraag?

Heeft u een vraag over een van deze onderwerpen? Laat het ons weten!

Neem contact op